Chobe National Park: Het olifanten paradijs

Home  /  Afrika  /  Huidige pagina

In 1966 werd Botswana onafhankelijk en je ziet nog overal borden hangen waarin ze de 50 jaar onafhankelijkheid vieren met de slogan: United and Proud. Veel prullenbakken langs de weg zijn in de kleuren van het land geverfd, de landnaam staat overal opgeschreven en we zien veel mensen in Botswaanse T-shirts lopen. Een trots volk! En terecht, want die week die we nu in Botswana hebben doorgebracht is uitstekend bevallen! Botswana is een prachtig land!

Vlak nadat we de grens naar Botswana zijn overgegaan reden we Chobe National Park in. Chobe NP beslaat ongeveer 11.700 vierkante kilometer en er is één van de grootste concentraties wild van het Afrikaanse continent te vinden, waaronder enorm veel olifanten. Chobe heeft namelijk de grootste olifantenpopulatie ter wereld. We hoorden van Sam dat er 300.000 olifanten in Chobe leven en dat dat eigenlijk teveel is om te ondersteunen. Nou, dat er veel olifanten leven werd in de eerste 100 meter dat we het park inreden meteen duidelijk. Een hele groep olifanten vlak naast de weg. Is het heel slecht dat we niet eens even stopten? Zijn we ondertussen al teveel verwend geraakt? Oei, nou ja, om het goed te praten: we wilden toch ook wel heel graag naar onze campingplek om even te relaxen na vijf uur auto rijden 😛 .

Een Dik Dik die z’n naam eer aan doet 😛

Kasane – Senyati

De eerste paar dagen sliepen we niet in Chobe zelf, maar in een plaats die er tegenaan ligt: Kasane. Kasane ligt aan de rand van Zambia, Namibië en Zimbabwe en is een echt toeristenstadje dat als goede uitvalsbasis fungeert voor een bezoek aan Chobe.

Terwijl Roger hard door Kasane reed, moest hij vol in de ankers omdat er een grote groep bavianen overstak. De kleintjes werden op en onder de ouders gedragen en hielden zich vast alsof hun leven er vanaf hing. Nadat ze de weg waren over gestoken, sprongen ze er weer af. Schattig, ze wisten dus dat de weg oversteken gevaarlijk was, dus hielden ze zich vast aan mama/papa.

Dit is toch te schattig?

Na het boodschappen doen en de blits uithangen met onze Knab bankpas (echt iedereen maakt er opmerkingen over, onder andere dat ze de pas er zo gezellig uit vinden zien en of ze ‘m mogen hebben, haha) kwamen we aan bij onze camping: Senyati Travel Camp. Ook nu viel onze mond weer open van verbazing. Iedere campingplek had een eigen toilet- en douchegebouw, stroom en er was wederom WiFi. Wat een luxe! Dit hadden we echt niet verwacht van kamperen in Afrika! We hadden al gelezen dat de campings in Botswana niet omheind zijn en dat kunnen we ondertussen beamen 😛 . Stonden in Namibië nog overal (soms zelfs elektrische) hekken omheen, in Botswana is dat niet het geval. Het wild kan dus gewoon over de camping lopen. Overal hingen ook waarschuwingsborden met de teksten om geen etensresten te laten slingeren, je spullen goed op te bergen en alles achter slot en grendel te doen, want de apen zijn slim genoeg om deuren open te maken. Roger had meteen een escape plan bedacht: we deden de deuren van de auto niet op slot als we erbij zaten, mocht er dan wat aan de hand zijn dan kon Roger op de bijrijdersstoel springen en ik op de bestuurdersstoel (die was dichterbij, zo schattig <3 ), daarna moesten we snel de deuren dichtdoen. Oké Roger… Laten we hopen dat het niet nodig is.

De camping had een lounge/bar area welke gelegen was naast de waterhole. Toen we daar even wat gingen drinken, zagen we weer dezelfde mensen als die we iedere keer tegenkomen. Grappig, bijna iedereen doet hetzelfde rondje, dus je komt vaak dezelfde mensen tegen. We raakten aan de praat met twee Nederlanders die heel hun leven al veel gereisd hebben: Noord-/Zuid-Amerika, Azië, etc. In 2002 zijn ze voor het eerst naar Afrika gegaan en meteen verslaafd geraakt. Sindsdien gaan ze nergens anders meer heen. We kunnen ons er wat van voorstellen, onze ervaringen tot nu toe zijn ook geweldig! De natuur, de mensen, de dieren, alles is even mooi!

De bar zat twintig meter van de waterplas vandaan en had een boven- en benedenverdieping. De benedenverdieping bestond uit een aantal stoelen en banken en als je daar zat had je geen enkel hek of iets voor je. Je zat dus echt eerste rang naar de waterplas te kijken, bizar. Nog gaver: ze hadden een ondergrondse bunker gebouwd, vanwaar je op drie meter afstand naar de waterplas kon kijken. Via een supersmalle tunnel kwam je in een bunker terecht waar een zevental barkrukken stonden. Als je op die barkrukken zat kon je door de gaten kijken naar de waterplas. Als de olifanten voorbij liepen zag je alleen de onderkant van hun poten, zo dichtbij zat je. Wauuwwww. Toen er een groep olifanten aan kwam zijn we dus snel de bunker in gedoken en wat was dát gaaf. Daarna met een drankje in de hand op de bank neergeploft en vanaf 20 meter naar de olifanten gekeken (ik herhaal: zonder hekken). Je kunt je niet voorstellen wat een raar gevoel dat geeft.

Na een paar uur alleen naar olifanten gekeken te hebben, zei Roger: “Er zit hier volgens mij echt niets anders dan olifanten”. Nog geen twee seconden later landt er een grote uil voor onze neus. Zodra die wegvliegt, zien we een jakhals voorbij lopen. Roger moet vaker z’n mond opentrekken haha.  Ondanks dat de wekker de volgende dag vroeg ging, wilden we niet naar bed, want wat was dit gaaf zeg!

De wekker ging zo vroeg omdat we de volgende dag afgesproken hadden met onze Vlaamse vrienden die we tijdens de Victoria Falls-trip ontmoet hadden. We gingen een gamedrive doen met z’n vieren in één auto. Toen we om zes uur het park inreden was het al heel druk met andere safarijeeps. Wij waren bijna de enige die zelf reden. Nadat we een uur gereden hadden zagen we ineens een stuk of tien safarijeeps stil staan. Voor de vogels die er stonden? Nee toch? We reden er snel heen en wat zagen we… Een leeuwin en een welpje die aan het smikkelen waren van een klein olifantje. Het welpje zag zwart van het bloed. Erg indrukwekkend om te zien, maar die lucht..! Het olifantje lag er al een paar dagen en was al aan het ontbinden. De lucht was niet om te harden! Tevens zat de auto binnen no time onder de vliegen. Blegh! Maarrrr… wel erg gaaf! Toen we iets verder keken zagen we dat naast het olifantje veel meer leeuwinnen en welpjes uit lagen te buiken van het eten. Hard werken hoor, zo’n olifant opeten, die beesten hebben een ontzettend dikke huid.

We vervolgden onze weg langs de Chobe rivier, wat de voornaamste waterverschaffer is in het droge seizoen.  Terwijl de mannen druk bezig waren met het autorijden en navigeren, waren de vrouwen foto’s en filmpjes aan het maken. Goed geregeld! 😉

Omdat we nu goed onderhandelingsmateriaal hadden (het olifantje en de leeuwen) spraken we alle gidsen aan die voorbij reden in een safarijeep met de vraag of ze iets gezien hadden. Meestal reageerden ze op het begin nogal nors, maar zodra we begonnen over het olifantje en de leeuwen, gaven ze ons tips! Zo vertelde iemand over een groep wilde honden. Tof, die hadden we nog niet gezien! Snel daarheen gereden en jaaa, daar lagen ze, te chillen in de schaduw van een boom. Wat een prachtige dieren met die mooie gekleurde vlekken als vacht en die grote oren.

Not so fun fact: De Afrikaanse wilde hond is in Afrika een van de meest bedreigde diersoorten. Er is vele jaren op gejaagd omdat het dier soms jong vee pakte. Daarnaast is hij ook kwetsbaar voor ziektes van gedomesticeerde honden. Verschillende landen zijn nu intensief bezig om dit dier in leven te houden, onder andere door monitoring en fokprogramma’s. Botswana is één van de landen waar de wilde hond nog in redelijke aantallen voorkomt en grotendeels zichzelf in stand houdt.

Afrikaanse wilde honden

Na een volle ochtend door het park rijden hadden we veel dieren gespot: buffels, impala’s, koedoes, nijlpaarden, krokodillen, maar… geen olifanten! Da’s gek, voor een park waar ze in zulke grote getalen voorkomen. Ondanks dat Rebecca en Sam alleen met ons op safari wilden omdat we een mooie camera en zoomlens hadden ( 😉 ) was het alsnog een geslaagde ochtend en hebben we (zoals ze in het Vlaams zo mooi zeggen) veel mooie foto’s getrokken!

Kasane – Chobe Safari Lodge

Na deze ochtend game drive reden we door naar onze volgende overnachtingsplek: Chobe Safari Lodge. Bij aankomst oogde het erg luxe: een heuse spa, een welkomstdrankje, mooi zwembad met aangrenzende lounge. Dat beloofde wat! Helaas… De camping zat er een stuk vandaan en was niet zoveel soeps. Ondanks dat we pal tegen het Chobe NP aanstonden was de camping erg sfeerloos, druk en je stond hutjemutje tegen elkaar aan.

Terwijl we van een heerlijke cocktail aan het genieten waren in de lounge raakten we aan de praat met een Nederlandse vrouw. Zij vertelde dat haar zus en zwager vier jaar geleden dezelfde reis als dat wij (en zij) door Namibië en Botswana doen, gemaakt hadden en dat ze toen nog nul internetverbinding hadden. Dat is erg snel gegaan in vier jaar tijd, want nu is er bijna overal een (redelijk snelle) WiFi verbinding!  

De volgende ochtend werden we wakker en zagen we dat we omringd waren door Groene Meerkatten (die in het Afrikaans toepasselijk blauwbal aapies genoemd worden), een zwijn, tientallen mangoesten en een kat. De eerste kat die we zagen deze vakantie! We zijn er natuurlijk meteen vrienden mee geworden (sorry dokter!) en hebben ‘m een bakje water gegeven waarna hij constant liefkozend kopjes kwam geven en op z’n rug ging liggen om geaaid te worden. Oké, dit maakte de camping toch wel een heeel stuk leuker! Terwijl we de spullen weer aan het inpakken waren, hadden we de auto even open laten staan. Binnen de kortste keren was er een aap in de achterbak gesprongen die een zak marshmallows had gepakt. Gelukkig waren de buren oplettend en hebben zij er een stokje voor gestoken. We weten nu ook waar de uitdrukking ‘brutale aap’ vandaan komt!

Chobe National Park – Ihaha

Onze volgende overnachtingsplek, Ihaha, lag in Chobe. We moesten dus eerst een permit regelen. Bij ieder park waar je in- en uitgaat moet je je kenteken registreren/aftekenen en een vergunning voor het park kopen. Meestal betaal je per dag 120 Pula per persoon en 50 Pula voor de auto, dus dat is ongeveer 25 euro in totaal. 

Om in Ihaha te komen, reden we dezelfde route als die we de dag ervoor met Sam en Rebecca gereden hadden. Toen zagen we geen enkele olifant, nu zagen we er echt honderden. Allemaal in en rond de Chobe rivier. Onderweg kwamen we er ook nog tientallen tegen, die allemaal onderweg waren naar dezelfde rivier. Wij denken dat er een begrafenis van het kleine olifantje plaatsvond en dat daarom zoveel olifanten dezelfde kant op gingen… Het was echt bizar om te zien, zoooo veeeel olifanten bij elkaar, wauw.

In Namibië hadden ze overal grind en gravel wegen waar je prima met harde banden kon rijden. In Botswana zijn het voornamelijk zandwegen. In Chobe was veel diep zand, dus werd het tijd om onze banden leeg te laten lopen. De picnic/stretching areas in Chobe waren anders dan die in Etosha (omheind, toiletgebouw). In Botswana zijn deze gebieden niet omheind en is er ook geen toiletgebouw. We lieten onze banden leeg lopen in zo’n stretching area toen we even naar de naastgelegen rivier keken. Daar zagen we iets heel grappigs: Olifanten die de (erg diepe) rivier overstaken. Het enige dat nog uit het water stak was een puntje van de slurf en van sommige grote olifanten de puntjes van de oren. Zo’n grappig gezicht! Jammer dat we niet onder water konden kijken, want we waren toch wel erg benieuwd hoe dat eruit zag 😛 .

Nadat we de banden leger hadden laten lopen (wat een verschil – veel meer grip!) reden we weer verder. Ineens zagen we naast de weg een groep buffels staan/liggen. Op drie meter afstand waren ze van ons verwijderd! We hadden ze tot nu toe alleen van veraf gezien. We hebben geconcludeerd: het zijn niet moeders mooiste, oei.

We konden rechtstreeks naar Ihaha rijden, maar ook via een omweg, die nog even langs het water ging. Oké, vooruit, toch nog maar even via de waterkant gaan dan. Daar aangekomen zagen we een groep van ongeveer twaalf leeuwinnen en welpjes. Ondanks dat we deze nu al redelijk vaak gezien hadden, bleef het nog steeds tof om zo dichtbij (was nog geen vijf meter) deze roofdieren te zijn.

Om kwart voor vier ’s middags kwamen we aan in Ihaha, terwijl we een recordtemperatuur van 40 graden hadden bereikt. De camping zelf was erg basic, maar het voelde gelukkig weer alsof we de enige op de wereld waren. Dat hoort er toch een beetje bij deze vakantie 🙂 . Onze campingplek lag op nog geen honderd meter van de Chobe rivier vandaan, aan de rand van Chobe NP. Ook hier natuurlijk nergens omheiningen en overal waarschuwingsborden. Spannend!

We staken weer een kampvuur aan, niet per se om de roofdieren op afstand te houden, maar om de vliegen weg te houden. Wat een irritante beesten! Als een stel ADHD-ers vliegen ze als een gek om je hoofd heen, met een hard BZZZ-end geluid. Ze zijn een stuk kleiner dan de vliegen in Nederland, maar echt honderd keer zo irritant.

‘s Avonds genoten we weer van de halve zonsondergang (er was erg veel bewolking, maar de kleuren in combinatie met het wolkendek waren prachtig!) en de sterrenhemel. In de verre omtrek waren er geen lichten te zien, alleen het licht van ons eigen kampvuur. We love it.  

Roger was constant om zich heen aan het schijnen. “Wat een onzin”, dacht ik nog bij mezelf. Totdat hij op een gegeven moment zei: “Uh Wendy, ik zie ogen.. Hier naast ons in het bosje”. Dat bosje stond twee meter verderop, dus met m’n hart in m’n keel scheen ik daar ook naartoe en ja hoor, een paar ogen dat ons aankeek. Heel eng en spannend, we hadden geen idee wat het was. Van Roger moesten we maar meteen naar bed gaan, het vuur was ook al bijna uitgedoofd, dus hij vond het iets te spannend worden. Wederom: wat een schatje, haha.

Toen we in de daktent lagen dachten we met weemoed terug aan de eerste anderhalve week van de vakantie, toen het zo koud was ’s nachts. Het bleef nu iedere nacht snikheet (de temperatuur kwam ook niet onder de 25 graden), dus slapen in de tent was lastig. Zo zie je: het is ook nooit goed, we moeten altijd wat te zeuren hebben. Daar zijn we Nederlanders voor.

Chobe National Park – Savuti

’s Ochtends hebben we “rustig” ontbeten, voordat we het park weer ingingen, voor zover je rustig kunt ontbijten terwijl er tientallen vliegen om je hoofd, op je mond, in je neus en oren vliegen en BZZZ-en. Om gek van te worden. Om half acht waren we weer onderweg, op de radio luisterend naar Zuid-Afrikaanse schlager-muziek (ja mensen, dat bestaat echt en het is net zo slecht als de Duitse).

Binnen een half uur hadden we al een aantal roze pelikanen, een slanke mangoest, een arend (alle drie de dieren voor het eerst) en drie nijlpaarden gezien die mega dichtbij aan het slapen waren in het water. Toch niet normaal?! We hebben anderhalf uur gedaan over de eerste twintig kilometer, hahah. Oei, en we moesten die dag nog 140 kilometer rijden naar onze volgende bestemming.

Dat de auto het moeilijk had om door het diepe zand te komen was te zien aan het dieselverbruik. Vaak reden we 50 liter op 100 kilometer :-O . In Etosha reden we van waterplas naar waterplas. In Chobe was dat wat lastiger omdat alle waterholes opgedroogd waren. Stiekem was het op deze manier naar dieren spotten wel wat uitdagender en dus leuker als je wat gevonden had! Maar.. soms ook wel een beetje saai als je een tijd niets tegen kwam.

Olifant aan het spelen in het water

Om twee uur ’s middags kwamen we aan in Savuti dat in het zuidwesten van Chobe NP ligt en het bekendste kamp in het park is door de hoeveelheid wild die het kamp bezoekt. Alle kampeerplekken lagen tegen de Savuti Channel aan, maar helaas was deze rivier helemaal opgedroogd. Jammer, want nu kwamen er waarschijnlijk een stuk minder dieren. Even geluncht en meteen weer de auto in. Het was gewoonweg te warm om buiten te zitten en aangezien er geen zwembad was (hadden de wilde dieren leuk gevonden 😛 ) is de auto met airco een uitkomst.

Maraboe, ook niet per se moeders mooiste

Het was de saaiste game drive tot nu toe. Naast wat impala’s, gnoes en vogels zagen we niets. Enigszins teleurgesteld reden we weer richting de camping. Maar toch, ondanks dat we er al vier keer geweest waren en niets hadden gezien, nog even langs de waterplas. Daar zagen we een zestal safarijeeps stilstaan. Toen we er naast stonden, zagen we waarom: een leeuw en leeuwin drinkend uit een waterhole waar een nijlpaard in lag! De nijlpaard vond dat de leeuwin iets te dichtbij kwam en liet een luide brul horen waarna hij naar de leeuwin toe liep en z’n bek wijd open deed. Wauw, best imponerend. Vonden wij dan.. De leeuwin vond het iets minder spannend, maar liep toch (op d’r dode gemakkie) weg.  Grappig hoe zoiets dan de hele dag “redt”.

Daarna kwam er een kudde olifanten naar de waterhole toe (nog steeds met de nijlpaard in het midden van de plas). Dit ging een tijdje goed, totdat de olifanten het toch ietwat gevaarlijk vonden worden (er waren ook kleintjes bij) en de matriarch van de groep een aanval opende op de nijlpaard. We hebben nog nooit een nijlpaard zo snel het water uit zien rennen, hahah.

De nijlpaard omringd door een groep olifanten

Daarna terug naar de camping, kampvuurtje en gasstelletje aan om te koken. Binnen de kortste keren hadden we een aantal wandelende takken bij ons zitten. Die kwamen zich ook even opwarmen bij het vuur. Zo leek het in ieder geval door de manier waarop ze met hun voorpootjes tegen elkaar wreven. Er zat ook een wandelende tak bij die niet zo goed kon richten en zo het vuur in sprong, oeps. De rest heeft de hele avond bij ons gezeten.

Ineens voelde ik een aantal druppels op m’n hoofd. Is er een vogel aan het poepen? Nee, Roger voelde ook de druppels. Het.. regent! Wauw. Erg lekker wat verkoeling. Het was erg apart, je hoorde de regenbui aankomen. Een gestommel, even een buitje en daarna was die weer weg. Dit ging een tijdje zo door, we kregen op een gegeven moment zelfs onweer. Jeeeej! We houden van onweer en al helemaal wanneer we in een tentje slapen.

De volgende ochtend om zes uur (zal ik dan eindelijk een ochtendmens worden door deze vakantie?) zaten we weer in de auto om via Chobe NP naar een nieuw national park te rijden: Moremi Game Reserve! Chobe was in ieder geval geweldig! De eerste dagen in Botswana waren alvast goed bevallen 🙂 .

+Gerelateerd
+Info

Gepost op: 07/10/2018

Auteur: Wendy Lempers

Categorie: Afrika, Alle reisverhalen, Botswana

Tags: , , , ,

+3 Reacties
  1. papsie en mamsie says:

    Niet te geloven wat jullie allemaal zien. Zoveel verschillende en vooral mooie, aparte dingen. We zijn best wel jaloers als we dit lezen. Vinden dit ook geweldig. Geniet nog maar even van alles. Fijn om jullie verhalen weer te hebben kunnen lezen. Whauw wat een zin. Knuffel

  2. Marian Lempers says:

    Wow, wat een ervaring weer. Mooie foto’s en een pracht verhaal. Geniet nog van de laatste dagen van jullie vakantie.

  3. Jeanne says:

    Wat een schitterend verslag. Heb weer genoten. En prachtige foto`s. Groetjes.

Laat een berichtje achter!