Makgadikgadi / Nxai Pans NP & Kubu Island: De laatste dagen in Afrika

Home  /  Afrika  /  Huidige pagina

Oeii, ik kwam er achter dat ik nog een laatste Afrika-blog moest schrijven! Ach, in het kader van “beter laat dan nooit”, drie maanden na dato toch nog de laatste blog 😉 .

Makgadikgadi & Nxai Pan, probeer dat maar eens uit te spreken. Vroeger twee losse parken, maar nu samengevoegd tot één nationaal park. We verbleven in totaal vier dagen in het park, de eerste drie dagen in het Nxai Pan gedeelte en de laatste dag in het Makgadikgadi gedeelte.

Nxai Pan

Via de hoofdweg reden we naar onze camping: South Camp. De weg was geasfalteerd waardoor je er 120 mocht rijden, heerlijk! Lekker doorkarren dus. Of toch niet? Na een tijdje zagen we de auto’s voor ons wel hele gekke capriolen uithalen. Toen we in de buurt kwamen wisten we waarom: de gehele asfaltweg zat vol met potholes; (grote) gaten in de weg die veroorzaakt worden door water dat in de bodem trekt en auto’s die er overheen blijven rijden. Het was onmogelijk om rechtdoor te blijven rijden, dus moesten we slinger-de-slanger-naar-de-andere-kant-van-de-weg-door-de-berm-heen-en-weer-terug om de gaten maar zoveel mogelijk te ontwijken.

Paar gaten in de weg.. 😛

Toen we Nxai Pan inreden hebben we meteen de bandenspanning verlaagd, aangezien de weg weer uit (diep) zand bestond. Zonder 4×4 was deze weg niet te doen geweest. De man bij de gate vertelde dat er maar één waterhole in het park is waar momenteel nog water in staat. Alle dieren gaan daar dus heen, waardoor er een grote kans was dat we leeuwen en zelfs jachtluipaarden zouden gaan zien. Dat zou tof zijn! Jachtluipaarden (cheeta’s) hebben we nog niet gezien!

Paar vogels in de boom

Bij aankomst op de camping kregen we als welkomstcadeau… een olifant! Deze stond op vijf(!) meter afstand van onze campingplek. Hij was op z’n gemakkie aan het eten en deed erna z’n behoefte netjes voor ons toiletgebouw. Daarna liep hij pal langs onze auto weer verder. Wauw wauw wauw, tot nu toe zaten we in onze auto of stonden er hekken tussen ons en de olifant(en). Dit was de eerste keer dat we zo dichtbij een olifant stonden zonder iets van bescherming tussen ons in. Kicken! Ons Nxai Pan-avontuur begon in ieder geval goed 🙂 . Niet veel later kwamen er twee andere olifanten het kamp binnengewandeld waarvan er een erg nieuwsgierig was. Hij liep naar de auto toe en ging met z’n slurf langs de gehele auto, om uiteindelijk bij het slot op de achterbak te stoppen. Hij probeerde het slot te pakken met z’n slurf en wiggelde er even mee. Uhm, probeerde die nou het slot open te maken? Verdomd als het niet waar is! Dat apen sloten kunnen openmaken, oké.. Maar olifanten?! Vanavond maar goed alles opbergen en op slot doen! Iedere keer als je denkt dat het niet beter kan of alles ondertussen gezien hebt, gebeurd er weer iets gaafs. Zit je dan, met je Amstel Radler in je hand (die hebben ze overal in Bolivia, lekkerrrr 😛 ) je noodles te eten terwijl er op tien meter afstand twee olifanten staan te eten, poepen en plassen (en ja, alle drie tegelijkertijd).

Daarna was het tijd om naar de enige waterhole in het park te gaan. Deze zat maar drie kilometer van de camping vandaan. Weer genoten van de zonsondergang terwijl we keken naar olifanten, springbokken en zadeljakhalzen. Leuk die zonsondergang, maar dat betekende wel dat we in het donker terug moesten rijden.. Oei. Best een uitdaging met al die gaten in de weg en de chillende dieren op de weg. Gelukkig kwamen we heelhuids aan op de camping en begonnen we gelijk weer een kampvuurtje aan te maken, want tsja wilde dieren komen overigens niet op vuur af, dus dat is erg belangrijk!

Roger en ik vonden onszelf erg slim, iedere keer als er een olifant langs was geweest liepen wij achter z’n spoor aan. Een olifant vernietigd namelijk alles wat er op z’n pad komt; takken worden gebroken, hele bomen worden uit de grond getrokken. En wij.. kunnen al die losliggende takken op de grond gebruiken voor ons kampvuur! Zo schlimmm, al zeggen we het zelf 😉 . Het was wellicht iets minder slim om de restjes noodles van die middag naast de boom, vlakbij onze campingplaats te gooien. Terwijl we bij het kampvuur zaten zag ik ineens de paniek in Roger z’n ogen. “Wendy! Wendy! Er staat een beest naast je!” Haha, erg grappig die jongen.. Totdat ik opzij keek en me wezenloos schrok omdat er inderdaad een beest naast me stond. Gelukkig zag ik redelijk snel dat het een jakhals was en (voor zover ik weet..) vallen die geen mensen aan, dus we zaten veilig. Sowieso was hij meer geïnteresseerd in de restjes noodles, dan in ons. Zelfs toen we met een zaklamp naar ‘m schenen, terwijl hij op twee meter afstand van het vuur stond. “You have to make fire, so that the wild animals don’t come to you!” Dat geloven we dus ook niet meer.. Lies, lies I tell you!!

We hadden de wekker vroeg gezet om de ochtend erna vroeg bij de waterhole te zijn, zodat we hopelijk wel wat roofdieren gingen zien! Dat is een groot nadeel van de daktent; iedere keer dat je met de auto weg gaat, moet je heel die tent weer inklappen. Maar.. liever dat dan met een tentje op de grond slapen (wat we ook veel mensen hebben zien doen). Het gaf ons toch een iets veiliger gevoel dat we een stuk boven de grond sliepen, zodat de dieren niet zo gemakkelijk bij ons konden komen 😛 . Het was een drukte van jewelste bij de waterplas: honderden springbokken, veel (roof)vogels, gnoes, struisvogels en jakhalzen. We hebben zelfs jakhalzen gezien die op een vogel aan het jagen waren, erg tof! Helaas waren er geen jachtluipaarden, dus gingen we maar een rondje door het park rijden. Een groot, kaal gebied; weinig begroeiing, geen bergen of heuvels. In twee uur waren we door het park gereden. Jammer, want ‘s middags was het véél te warm om bij de waterplas te staan (je staat stil, dus de airco in de auto doet het niet) en op de camping zit je ook maar te zitten, half-dood te gaan omdat het zo warm is. We verlangden zooo naar een duik in een zwembad haha. We verbleven twee nachten op deze camping, wat ons betreft iets te lang (zoals je misschien al door had).

Helaas kwam er toch een einde aan onze “Lucky Lempers-streak”. De volgende ochtend zaten we weer bij de waterplas, maar de leeuwen en jachtluipaarden waren ons niet gegund 🙁 . Op naar onze volgende camping dan maar! Onderweg reden we langs Baines’ Baobabs. De zeven Baobab bomen die hier staan zijn de bekendste van heel Botswana. Dit komt omdat Thomas Baines ze in 1860 vereeuwigd heeft op het witte doek. Het bizarre is dat de bomen sinds 1860 totaal niet veranderd zijn. Het enige verschil met het schilderij is een afgebroken takje.

Fun Fact: Thomas Baines maakte deel uit van David Livingstone’s (die man die de Victoria Falls heeft ontdekt) expeditie, maar werd uit de expeditie gegooid omdat hij (onterecht overigens) beschuldigd werd door Livingstone’s broer van diefstal. Is ie gelukkig toch goed terecht gekomen!

De bomen staan aan de rand van de zoutvlakte, dus we moesten gelijk denken aan ons Bolivia-avontuur! Toen hadden we alleen een gids die ons over de zoutvlakte reed, nu reden we zelf. Een stuk spannender 😛 .

Nadat we wegreden bij Baines Baobabs kwamen we redelijk snel op de hoofdweg uit, die weer geasfalteerd was. Dus hup, de banden weer opblazen. Vijfhonderd meter verder was de gate van het andere park en daarna.. weer diep zand. Dus hup, weer de banden leeg laten lopen. Hard werken hoor, zo’n 4×4 jeep haha. We hadden wel netjes onze banden leeg laten lopen, maar we waren vergeten de jeep ook op de 4×4-stand te zetten. Binnen een mum van tijd zaten we muurvast in het zand. Eerst paniek, toen zagen we wat er aan de hand was en hebben we ‘m op de 4×4-stand gezet. Na een beetje heen en weer wiebelen kwamen we er gelukkig redelijk snel weer uit, oef! Zo zie je maar, zonder 4×4 was dit echt niet te doen.

Makgadikgadi Pan

Het Makgadikgadi National Park is gelegen aan de Boteti rivier waardoor alles een stuk groener was dan in het Nxai Pan National Park. We begonnen met een ritje langs de rivier en wauw! Witte zandstranden, blauw water, groen gras en hordes zebra’s. Weer een nieuwe omgeving, wat gaaf! Het schijnt dat in het droge seizoen rond de 25.000 zebra’s migreren naar de enige permanente waterbron in de buurt: de Boteti rivier! Dat was te zien, want oooooveral waar je keek zag je zebra’s. Bizar!

Grappig, toen we aan kwamen op camping Khumaga hadden we een déjà vu: iedere camping in de nationale parken in Botswana ziet er hetzelfde uit. Ronde betonnen vuurplek, dezelfde toiletgebouwen en zelfs de gates naar de parken zien er precies hetzelfde uit. Wat wel anders was, is dat we een ander diersoort voor het eerst in lange tijd weer eens zagen. Een vreemd diersoort dat veel lawaai maakt, heen en weer rent en veel om aandacht vraagt. Het kent vele soorten benamingen: Tim, Betty, Rody.. Volgens mij worden ze.. kinderen?.. genoemd. En wat we voor het eerst zagen: caravans! Hoe krijgen ze die dingen in godsnaam door dat diepe zand heen?

Voor de ochtend erna hadden we geen wekker gezet, zodat we lekker konden uitslapen tot.. half zes.. -.- . Bizar, als alle mensen weg zijn komen uit alle hoeken en gaten apen zetten. Met z’n allen proberen ze om de vuilnisbakken (dat een soort kooien zijn met een slot erop) open te krijgen en het lukt ze vaak nog ook! Ze gooien de kooien om, breken het slot open en als het mechanisme nog niet kapot is springen ze net zo lang op de kooi totdat het deksel naar beneden dondert.. Die beesten zijn zo slim! Af en toe hoorden we ergens een schreeuw vandaan komen als er weer eens een aap in een auto zat hahah.

King of the trash can

Nadat we de spullen hadden ingepakt vervolgden we weer onze weg naar Kubu Island. Het was een lange, rechte, saaie weg door het oosten van het park. Totdat.. we ineens een hele kudde zebra’s naast ons zagen rennen. Die beesten gingen snel! Onwijze stofwolken achter ze aan, wauw! Een gaaf gezicht. Daarna zagen we drie spiesbokken met de auto mee rennen. Wij reden 50 km/u en zij hielden ons gemakkelijk bij. We hebben echt een hele tijd naast ze gereden, het was net of ze ons bij wilden houden. Wat een mooi gezicht, wat een toffe beesten zijn dat!

Kubu Island

Om bij Kubu Island te komen moesten we door het plaatsje Gweta heen. In dat dorp werden we staande gehouden door een stel toeristen die ook in hun 4×4 auto met daktent op zoek waren naar Kubu Island. Ze waren verdwaald en hadden geen idee waar de 4×4 weg lag die we moesten hebben. Roger meldde dat hij wel ongeveer wist waar die moest wezen, dus hebben ze gezellig achter ons aangereden. Toch fijn zo’n goed-navigerende-man 😀 .

Toen we even stil stonden in Gweta om op Google Maps te kijken, kwamen er meteen tientallen kinderen op ons afgerend: “Give me something, I’m hungry, give me.” Na het geven van een opvoedcursus “only if you say please” “okay, pleeeeease”, hebben ze wat snoep en kauwgom gegeven waar ze allemaal mega blij mee waren. Uiteindelijk reden we ergens aan de rand van het dorp een mini-paadje in (is dit het? ja, dit is het!), waarna we na een tijdje uitkwamen op de zoutvlakte. De reisorganisatie had gezegd dat we over de zoutvlakte moesten rijden om bij Kubu Island te komen. Dit was erg spannend, vooral omdat Google Maps er helemaal geen wegen kent (dus je moet alles op de GPS rijden.. uhm.. welke GPS?) en we in onze Lonely Planet het volgende hadden gelezen:

“Once you drive out onto the salt, remember that direction, connection, reason and common sense appear to dissolve. Never venture out onto the pans unless you’re absolutely sure the salty surface and the clay beneath you are dry. Foul-smelling salt means a wet and potentially dangerous pan. Lost travellers are frequently rescued from the pans, and there have been a number of fatalities over the years. And remember: NEVER underestimate the effect the pans can have on your sense of direction”

Euwmygawd, hier word je toch doodsbenauwd van? Het is ook wel heel bizar omdat er niets om je heen is. Je kunt je totaal niet oriënteren. We vervolgden onze weg over de zoutvlakte door het volgen van autosporen. Helaas leidden die ons binnen korte tijd weer naar een weg over het groene gras. Dat willen we niet! Dus weer teruggereden en onze eigen ‘strepen getrokken’ over de zoutvlakte. De grond was toch een stuk zachter dan we verwachtten, je voelde echt dat de banden in het klei gezogen werden en na de horrorverhalen in de Lonely Planet gelezen we om toch maar weer terug te rijden en de weg over het gras te pakken.

Dit soort optische illusie foto’s kan je goed maken op een zoutvlakte, omdat er verder niets is

Na acht uur rijden kwamen we dan eindelijk aan op Kubu Island, een granieten rotseiland gelegen in het Makgadikgadi Pan-gebied, aan de rand van een zoutvlakte. Het gehele eiland is een nationaal monument en wordt door de inheemse bevolking als een heilige plaats beschouwd. Het is alleen bereikbaar met een voertuig met vierwielaandrijving.

Fun Fact: De naam “Kubu Island” komt van het feit dat de zoutvlakte vroeger bestond uit water (d’oh) en dat dit eiland de thuisbasis vormde voor enorm veel nijlpaarden. Het woord “Kubu” betekent dan ook nijlpaard in de taal ‘Setswana’ (een bantoetaal die wordt gesproken in Botswana).

De zoutvlakte is ondertussen al lange tijd droog en de nijlpaarden zijn weg, maar het is een onwijs mooi eiland, vol met Baobob bomen waar onder gekampeerd kan worden, vanwaar je uitzicht hebt over de gehele zoutvlakte, wauw! Heerlijk afgezonderd van de wereld zonder internet, stroom of zelfs mobiel bereik. Alleen op de wereld (nja, niet helemaal alleen.. we werden gezelschap gehouden door allerlei gezellig kwetterende vogeltjes). En dan die sterrenhemel erbij, a-dem-be-ne-mend! <3

De laatste paar dagen begon het iedere keer erg hard te waaien ‘s avonds. Erg fijn als je probeert je water aan de kook te krijgen.. Zowel de stoelen, tafel als de auto hebben we als windscherm gebruikt, maar het water was niet aan de kook te krijgen. Na drie uur proberen om het vuurtje aan te krijgen (niet overdreven) besloten we om maar droog brood te eten. Slapen ging ook erg lastig, want het leek net of de daktent de lucht in vloog. Wat een herrie, wat een harde wind! Armoe hoor, dat k(r)amperen 😉 .

Dqae Qare San Lodge (Ghanzi)

De dag erna reden we weer terug richting Gweta en Maun. Een veel te lange, veel te vervelende weg vol overhangende priktakken. Af en toe reden we langs wat “dorpjes” (zes huizen), maar verder was er niets. Wegwijsborden waren er niet dus alles moest via de GPS gedaan worden.

Toen we eindelijk aankwamen in ons volgende kamp zat werkelijk álles onder het stof, zelfs van binnen was alles bedekt onder een dikke laag. Het stonk ook als een jekko, blegh. Achteraf kwamen we er achter dat we heel erg om hadden gereden en dat we zeker drie uur hadden kunnen besparen op onze reistijd. Oeps.. een GPS-systeem was dus toch wel handig geweest..

Picture says it all 😉

De camping zelf, Dqae Qar San Lodge, is gelegen in de Kalahari, een groot woestijngebied van ongeveer 900.000 km² in zuidelijk Afrika. De camping wordt gerund door de San (Bosjesmannen) en is opgezet als een sociale onderneming die de lokale gemeenschap ondersteunt door middel van werk. Helaas waren wij er niet op een goed moment aangezien het zwembad niet was schoongemaakt, ze geen eten hadden en we niet naar de uitkijktoren konden omdat ze in dat gebied aan het jagen waren.

Gelukkig konden we wél ‘s ochtends een wandeltocht doen van een uur door het bos. Deze wandeltocht werd begeleid door een heuse Bosjesman in traditionele kledij, gewapend met een zelfgemaakte speer, die alleen maar in de kliktaal sprak. Er was een tolk bij en zij had de grappige naam “Kauwgom” (zo klonk het ons in de oren in ieder geval haha). Met z’n vieren gingen we de bossen in terwijl de twee San mensen ons vertelden over de geschiedenis van de San en de cultuur van het vroegere jagersvolk. Jagen doen ze nog wel, maar niet zo vaak meer aangezien ze hiervoor een vergunning nodig hebben welke erg prijzig is. Bij die vergunning krijgen ze een lijst met dieren waar op gejaagd mag worden en als je de verkeerde dood zit je in de problemen. Dat het een geboren jagersvolk was, werd meteen duidelijk. Toen we een aantal minuten onderweg waren stopten de man om ons te wijzen op een schorpioenennest (een klein gat in de grond) en een nest van een miereneter (een groot gat in de grond). Ook wist hij bij elke drol te vertellen van welk dier het afkomstig was en zelfs of het van een mannetje of vrouwtje was!

Het was een superleuke tocht waar we onder andere een beetje Mothertongue geleerd hebben. Zo betekent het woord “Hà-tago” in het engels “Let’s go“. Iedere keer als hij wat vertelt had en we weer verder gingen zeiden we met z’n allen “Hatago!” We hebben veel over de plantjes geleerd, welke ze gebruiken als ze bijvoorbeeld blaasontsteking hebben, of malaria. Heeft het kindje een opgezwollen buik? Dan wrijven we toch een beetje hooi er overheen, binnen vijf minuten is het over! Ze konden zelfs naad en draad maken van planten! Wat nou moderne geneeskunde 😉 . Aan het einde hebben ze ons bedankt dat we niet alleen maar kwamen kamperen, maar dat we ook nog iets over de bushmen/San cultuur wilden leren. Ook verzochten ze ons om het woord “hatago” te verspreiden, dus bij deze.. Voortaan als je ergens heen moet zeg je: Hatago!

Hatago!

Het einde 🙁

Na deze toffe afsluiter, was er dan een einde gekomen aan onze Afrika-reis! In totaal hebben we 4836 kilometer gereden, pfoe, bizarrr! Maar wat was het ongelofelijk gaaf. We waren al dierengek, maar dat is nu alleen maar meer geworden. Wat een mooie, bijzondere, soms wrede wereld is die van die dieren toch <3. We hebben zó véél toffe dingen gezien: jagende wilde honden, leeuwen die een olifant opeten, vrijende olifanten, sexende Dig Dig’s en roofvogels (jeetje, wat een k’nijnen in de dierenwereld), iedere dag maakte je wel weer íets memorabels mee. De Afrikanen zelf zijn ook allemaal erg vriendelijk en behulpzaam. Zo hopen ze ook dat er meer toeristen naar hun landen komen. Als het aan ons ligt wel: we hebben ons geen seconde onveilig gevoeld in deze landen. De uitgestrektheid en absolute nothingness van de twee landen is echt absurd en het is gemakkelijk dat je je overal verstaanbaar kunt maken met Engels, Duits en zelfs Nederlands (nja, Zuid-Afrikaans dan). We hadden verwacht dat het vier weken afzien zou worden met koude douches, poepen boven een gat, geen stroom, maar dat was echt totaal niet het geval (oké, alleen de laatste paar dagen dan). De landen zijn superschoon, ze zijn overal bezig met schoonhoud-/opruimcampagnes.

Maarrr… na viereneenhalve week was het ook wel weer erg fijn om meer dan 1-laags toiletpapier te gebruiken, geen schuurspons meer te hoeven gebruiken om onze voeten schoon te krijgen, geen mierzoete drankjes meer te drinken, de katjes en vissen weer te zien, op een dik matras te slapen, langer uit te slapen dan 7:00, geen stof en grind overal te hebben en te kunnen koken en eten zonder hoofdlampje. We hebben wel meteen een abonnement genomen op National Geographic Wild zodat we ons toch nog een beetje in Afrika wanen 😉 .

Home sweet home

We zijn momenteel druk bezig met de aftermovie, maar het zijn zoooveeel filmpjes dat het wel even kan duren. Maar goed, geduld is een schone zaak 😉 . Iedereen bedankt voor het lezen van en reageren op de blogs. Leuk om te weten dat de blogs niet alleen door onszelf gelezen worden 😉 .

+Gerelateerd
+Info

Gepost op: 09/10/2018

Auteur: Wendy Lempers

Categorie: Afrika, Alle reisverhalen, Botswana

Tags: , , , ,

+6 Reacties
  1. Mamsie says:

    Had het eind niet gemist, maar leuk om ook dit nog te lezen. Wat een heerlijke vakantie is dit geweest. Dit vergeten jullie nooit meer. Afrika is een land waar je je happy voelt of wat je niets vind. Wij hebben ook genoten van het wild in Kenia. Onvergetelijk. Nu weer op naar de volgende mooie reis. Van de hitte naar de echte kou. Leuk om mee gereisd te hebben met jullie. Top.

    • Ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die Afrika niets vinden. We gaan ook zeker nog een keer terug! Even kijken welk land het dan wordt :D. Aanraders??
      En ja haha, dat zal wel even een verschil worden inderdaad ;-).

  2. mamsie says:

    PRACHTIGE foto’s. Mooi gemaakt, goed gelukt. Veel gezien

  3. Jeanne says:

    Wat leuk om het laatste stuk van jullie reis te lezen .Het was schitterend en erg mooie en leuke foto`s. Fijn dat alles veilig is verlopen. Ben benieuwd wat jullie volgende reis wordt. Groetjes

    • Dankjewel Jeanne! Leuk dat je alles leest en overal op reageert <3. We zijn al druk bezig met de volgende reis, daar zul je binnenkort meer over lezen... ;-).

Laat een berichtje achter!